HomeNEN 3140 VP OefenexamenVragen 11–20
NEN 3140 VP OefenexamenDeel 2 van 3

NEN 3140 VP Oefenexamen Examenvragen en Antwoorden 2026 (11–20)

Oefenvragen en antwoorden voor NEN 3140 VP Oefenexamen 2026. Tik op een optie om jezelf te testen — je ziet het juiste antwoord en een duidelijke uitleg bij elke vraag. Gratis, geen login nodig.

Oefen gratis met NEN 3140 VP Oefenexamen-vragen, download de PDF of ontgrendel proefexamens met tijdslimiet wanneer je klaar bent.
Meerkeuze — kies het beste antwoord en onthul het dan
  1. Q11Wat is een 'toolbox meeting' in de context van NEN 3140-werk?

    • AEen korte veiligheidsbespreking op de werkplek voorafgaand aan de werkzaamheden, gericht op de specifieke risico's van die dag
    • BEen vergadering van het management
    • CEen maandelijks veiligheidsrapport
    • DEen training voor nieuwe medewerkers
    Toon antwoord

    ✓ Juiste antwoord: A. Een korte veiligheidsbespreking op de werkplek voorafgaand aan de werkzaamheden, gericht op de specifieke risico's van die dag

    Een toolbox meeting bespreekt taakspecifieke veiligheidsrisico's direct voor aanvang van het werk.

  2. Q12Welke instelling van een thermische overstroombeveiliging is vereist voor motorbeveiliging?

    • AInstellen op de nominale motorstroom (In) overeenkomstig het motorplaatje; de beveiliging reageert bij aanhoudende overbelasting
    • BAltijd instellen op de maximale schakelaarwaarde
    • CAltijd 20% boven de nominale stroom
    • DUitsluitend de fabrikantwaarde gebruiken
    Toon antwoord

    ✓ Juiste antwoord: A. Instellen op de nominale motorstroom (In) overeenkomstig het motorplaatje; de beveiliging reageert bij aanhoudende overbelasting

    Motorbeveiliging wordt ingesteld op de nominale stroom van de motor conform het typeplaatje; overcurrent bij overbelasting veroorzaakt uitschakeling.

  3. Q13Wat is de grenswaarde voor de lusimpedantie bij een 16 A automaat in een TN-S systeem op 230 V?

    • ADe grenswaarde hangt af van de uitschakelingstijd (0,4 s voor stopcontacten); Zs max = U0 / Ia (bijv. 230/160 = 1,44 Ω voor een B16)
    • B2,87 Ω
    • COnbeperkt
    • D0,1 Ω
    Toon antwoord

    ✓ Juiste antwoord: A. De grenswaarde hangt af van de uitschakelingstijd (0,4 s voor stopcontacten); Zs max = U0 / Ia (bijv. 230/160 = 1,44 Ω voor een B16)

    Maximale Zs = U0 / Ia; voor B16 is Ia = 5 x In = 80 A bij 0,4 s, dus Zs max ≈ 230/80 = 2,875 Ω conform NEN 1010.

  4. Q14Welke kleur keuringssticker duidt in veel bedrijven op een goedgekeurd elektrisch arbeidsmiddel?

    • ARood
    • BGroen of een andere kleur per jaar met duidelijke goedkeuringsdatum
    • CGeel
    • DWit
    Toon antwoord

    ✓ Juiste antwoord: B. Groen of een andere kleur per jaar met duidelijke goedkeuringsdatum

    Bedrijven hanteren veelal een kleurcodesysteem (bijv. groen = goedgekeurd); de kleur wisselt jaarlijks zodat verouderde keuringen direct zichtbaar zijn.

  5. Q15Welk type keuring wordt uitgevoerd vóór ingebruikname van een nieuwe elektrische installatie?

    • AEerste keuring (opleveringskeuring)
    • BPeriodieke keuring
    • CSteekproefkeuring
    • DVisuele inspectie door de gebruiker
    Toon antwoord

    ✓ Juiste antwoord: A. Eerste keuring (opleveringskeuring)

    De opleveringskeuring (eerste keuring) wordt uitgevoerd vóór ingebruikname om te bevestigen dat de installatie aan NEN 1010 en andere normen voldoet.

  6. Q16Hoe wordt een thermografische inspectie gebruikt bij elektrische installaties?

    • AOm de spanning te meten
    • BOm warmteontwikkeling (hot spots) in kabels, verbindingen en schakelkasten te detecteren die wijzen op overbelasting of slechte verbindingen
    • COm de frequentie van de wisselspanning te meten
    • DOm het gewicht van de installatie te bepalen
    Toon antwoord

    ✓ Juiste antwoord: B. Om warmteontwikkeling (hot spots) in kabels, verbindingen en schakelkasten te detecteren die wijzen op overbelasting of slechte verbindingen

    Thermografie detecteert afwijkende warmte-ontwikkeling die duidt op overbelasting, slechte contacten of deteriorerende isolatie.

  7. Q17Wanneer wordt begonnen met reanimatie (CPR) na een elektrisch ongeval?

    • AOnmiddellijk nadat het slachtoffer veilig is en de hulpverlener heeft vastgesteld dat het slachtoffer niet reageert en niet normaal ademt
    • BZodra de ambulance is gealarmeerd
    • CPas nadat een arts toestemming heeft gegeven
    • DAlleen als het slachtoffer blauw ziet
    Toon antwoord

    ✓ Juiste antwoord: A. Onmiddellijk nadat het slachtoffer veilig is en de hulpverlener heeft vastgesteld dat het slachtoffer niet reageert en niet normaal ademt

    Begin direct met CPR (30 borstcompressies + 2 beademingen) zodra het slachtoffer veilig is en reactieloos/ademloos is.

  8. Q18Hoe controleert een hulpverlener of een slachtoffer normaal ademt?

    • AKijk, luister en voel maximaal 10 seconden: borstbewegingen, ademgeluid, luchtstroom
    • BVoel de pols
    • CWacht 30 seconden
    • DSla op de schouder
    Toon antwoord

    ✓ Juiste antwoord: A. Kijk, luister en voel maximaal 10 seconden: borstbewegingen, ademgeluid, luchtstroom

    Ademcontrole: kijk naar borstbewegingen, luister naar ademgeluiden, voel luchtstroom tegen de wang; maximaal 10 seconden.

  9. Q19Wat is een 'kooi van Faraday' en hoe beschermt deze bij bliksem?

    • AEen type isolatiemat
    • BEen type schakelaar
    • CEen metallische omhulling die een elektromagnetisch veld buitensluit; gebouwen met een goede aarding fungeren als kooi van Faraday bij blikseminslag
    • DEen aardelectrode
    Toon antwoord

    ✓ Juiste antwoord: C. Een metallische omhulling die een elektromagnetisch veld buitensluit; gebouwen met een goede aarding fungeren als kooi van Faraday bij blikseminslag

    De kooi van Faraday geleidt bliksemstroom via het metalen frame naar de aarde zonder dat de stroom door het inwendige loopt.

  10. Q20Wat is het gevaar van werken in een besloten ruimte met elektrische installaties?

    • AGeen extra gevaar
    • BAlleen een hoger geluidsrisico
    • CBeperkte vluchtwegen, mogelijke accumulatie van gevaarlijke gassen (explosiegevaar), verhoogde luchtvochtigheid en beperkte hulpverlening bij een ongeval
    • DUitsluitend meer stof
    Toon antwoord

    ✓ Juiste antwoord: C. Beperkte vluchtwegen, mogelijke accumulatie van gevaarlijke gassen (explosiegevaar), verhoogde luchtvochtigheid en beperkte hulpverlening bij een ongeval

    Besloten ruimten vergroten het risico door beperkte ontsnappingsmogelijkheden, gasophoping en moeilijke hulpverlening.

Hier gratis oefenen. Proefexamens met tijdslimiet wanneer je klaar bent.

Gebruik het gratis voorbeeld van NEN 3140 VP Oefenexamen, download de PDF en ontgrendel dan webgebaseerde proefexamens met tijdslimiet voor een volledige examenrepetitie.